Een foto van 50 jaar geleden

bron: http://www.terredevanhoorn.nl

Van speciale verslaggever Jolanda Kessel-Stammes met foto

Vol verlangen kijk ik uit over het IJsselmeer. Elke zondag gingen mijn ouders met mij wandelen in het Julianapark in Hoorn. De hand van mijn moeder houdt de mijne stevig vast want ik kan nog niet zwemmen. We kijken naar iets in de verte. Een boot? Een paar eenden? Het zijn zeker niet de dappere zwemmers die meedoen aan de Open Water Kampioenschappen Ter Rede van Hoorn. Die kwamen pas in 2003 voor het eerst in actie.

Misschien proberen we in de toekomst te kijken en zie ik mezelf door het water crawlen. Dat zou kunnen want ik heb inmiddels mijn zwemdiploma. Toen ik een jaar of zes was moest ik op zwemles. Aan het Pelmolenpad in Hoorn was een klein zwembad, niet veel meer dan een grote bak water. De badmeester stond bij ons in het water. Zijn stem echode lang na in mijn hoofd. ‘Uitdrijven! Maak je lang!’ Mijn diploma behaalde ik pas tijdens het schoolzwemmen. Ik kan me niet herinneren dat ik zwemmen ooit leuk vond in die tijd. Het water was koud. Op de vloer lagen haren. In het water dreven pleisters. Als ik ’s avonds in bed lag rook ik naar chloor.

Zwemmen deed ik nog zelden. In de zomer dreef ik liever op een ligbed. De eerste keer dat ik weer chloorwater rook was toen ik met mijn kinderen naar het zwembad ging. Zij hadden de grootste pret in het water en keken uit naar de zwemlessen van juf Martha. Als ik nog langer  wachtte met zwemmen zou ik weer kurken nodig hebben. Met een nieuw zwempak én een zwembrilletje fietste ik naar de Waterhoorn. De haren en de pleisters waren er nog steeds, de ontsmettende werking van chloor vond ik een geruststelling. Nu zwem ik elke dinsdagavond in Baan I samen met Ilse. Jarenlang onder de enthousiaste leiding van Hans. Zijn stem hoor ik nog wel eens.  ‘Fantastisch, dat open water zwemmen. Hartstikke leuk. Doe gewoon een keer mee!’

Dus rijd ik op deze schitterende zaterdag naar het Julianapark waar dit weekend een camping is geopend onder perfecte omstandigheden. Er heerst een gemoedelijke sfeer die zo past bij dit evenement. Degenen die nog niet in actie hoeven te komen liggen op het gras te zonnen. Het vertrouwde stemgeluid van Hans wijst mij de weg naar de start. Het is half twee. De eerste zwemmers springen te water vanaf een ponton en beginnen aan hun afstand van vijf kilometer. De zwemmers zijn prima zichtbaar want ze zwemmen dicht op de kant. Ze lijken geen problemen te hebben met de golven. In de tijd die zij nodig hebben om hun afstand af te leggen starten volgende groepen.

Met mijn tenen in het water zit ik op de rotsen langs de kant en bereid ik me voor op mijn prestatietocht. Vorig jaar was ik toeschouwer. Nu kijken de mensen op de kant straks naar mij. De temperatuur van het water is aangenaam. Voor de zekerheid smeer ik mijn neus extra in met een hoge beschermingsfactor. Ik eet een banaan en twee koeken; dat moet voldoende zijn. Kleedkamers? Ik doe maar net als vroeger en sla een handdoek om. Gelukkig is Ilse er ook. Zij heeft vorige week al stiekem geoefend in Friesland, toen zij stukjes mee zwom met de Elfstedentocht waaraan haar zoon Tim meedeed.

Een fantastisch gevoel, dat open water. Je moet gewoon meedoen! Daar is de stem van Hans weer. Het heeft me een jaar gekost om hier te staan, bij deze enorme waterplas. Met planten, die griezelig langs je benen strijken. Met palingen en snoeken. Had ik laatst niet een bericht in de krant gelezen over een meisje dat was gebeten door een snoek?

Ik probeer er niet aan te denken. Met mijn neus dichtgeknepen spring ik in het water. Het duurt veel langer dan ik dacht voordat ik de zanderig bodem voel.  Het water is troebel. Anja, denk ik, zij is verantwoordelijk is voor de waterkwaliteitsmeting. Dat weet ik uit de paginalange overzichten die ik toegestuurd kreeg. De nieuwsbrieven, draaiboeken, schema’s en lijsten vulden mijn mailbox de laatste maanden. De voorbereiding voor dit grote waterevenement was in volle gang toen het zelfs niet eens mogelijk was om hier te zwemmen. Toen scháátste ik over het Hoornse Hop. Met de temperatuur van het water is nu niets mis. Tjibbe, de man van de veiligheid, heeft een makkie gehad. Met míjn veiligheid zit het zeker goed. De reddingsbrigade zal mij komen redden zodra ik een arm omhoog steek en bij elke boei die ik passeer liggen duikers geruststellend klaar. Het is vreemd om niet de blauwe tegels uit het zwembad onder mij te zien. Ik kijk in een donker gat, maar dat went na een tijdje. Borstcrawl lukt mij niet met deze golven, dan maar schoolslag. Ilse zwemt bij me weg. Haar rode cap is mijn baken. Dan zie ik het niet te missen finishbord. Als ik aantik roept de scheidsrechter mijn nummer dat met watervaste vilstift op mijn schouders is geschreven. Ik ben veilig teruggekeerd. Ilse feliciteert me. Hete soep en een appel van Peter cater brengen me weer op krachten. Ik heb nu al zin in zondag want dan ga ik dit weer doen.

Ik ben precies op tijd om de start van de LEN-cup te zien. Zestig zwemmers uit heel Europa gaan tien kilometer zwemmen. Ik loop met ze mee net als hun begeleiders en veel toeschouwers doen. Af en toe dwaalt mij blik over het water. Bij Schellinkhout zijn de kitesurfers actief. Zeilboten dobberen traag rond. Hun witte zeilen steken mooi af bij de loodgrijze lucht. Achter mij breekt de zon door. Er zijn nauwelijks golven. Ideale omstandigheden voor mijn tweede tocht. Rustig in de vrije slag leg ik de afstand af. Als ik mijn hoofd optil om te ademen kan ik de toeschouwers op de kant zien. Voor het eerst zie ik de Hoofdtoren en de historische haven van Hoorn vanuit het water. Daar keer ik om. Het is nog een heel eind. Duizend meter in een meer is heel wat verder dan veertig banen in een zwembad.

Open water zwemmen is leuk, geweldig leuk, denk ik als ik ’s avonds in bed lig. Op zowel mijn linker- als mijn rechterschouder staat nog een nummer; de watervaste stift van Sabine was van prima kwaliteit. Ik ruik een beetje naar wier.

Zwemmen is een sport voor iedereen. Ik zag allerlei soorten mensen in het water springen. Edith van Dijk, die de naar haar genoemde aanmoedigingsprijs uitreikte is een tenger vrouwtje en daarmee het beste bewijs dat je niet supergespierd hoeft te zijn om een heel eind te zwemmen. Hans heeft gelijk. Zwemmen is fantastisch. En ik weet het zeker: in het IJsselmeer zwemmen geen palingen en snoeken!